Pianorecital Emiel Geerts
Recital “Nachtmusik”:
In 1905 schreef Gustav Mahler zijn zevende symfonie: het Lied van de Nacht. Om het mysterie van de nacht te verklanken, greep hij verder dan de gewone nocturnes en wiegenliedjes. Meer dan honderd jaar later fronst men nog steeds van dit enigmatische werk, maar één ding is zeker: het Lied van de Nacht laat niemand onberoerd.
Wat de nacht juist is en wat ze brengt, is nooit hetzelfde. Ze staat symbool voor een andere wereld, voor onze fantasieën, voor hetgeen dat zich afspeelt in ons onderbewustzijn. In dit programma hoop ik drie portretten te schetsen die elk een ander aspect van de nacht belichten.
1. Medtner: de nacht als magiër
In Medtners Tweede Improvisatie lokt het hypnotische gezang van de waternimf de luisteraar naar een betoverend woud, bevolkt door magische wezens. Haar lied trekt de luisteraar uiteindelijk terug naar de realiteit, waarna het werk op zijn onvermijdelijk tragische slot afstevent. Het stuk sluit af waar het begon: de stilte waaruit de eerste noten ontsprongen, blijft hangen na het laatste akkoord. De grens tussen werkelijkheid en droom vervaagt, en de vraag blijft: wanneer ontwaakt men uit deze magische droom?
2. Crumb: de nacht als mysterie
Klokken, tamtams, intiem en grotesk die haaks op elkaar staan, rituele dansen en een oude kerstmelodie. Dat is alles wat George Crumb nodig had om A little suite for Christmas te componeren. Zijn bijzonder rijk kleurenpalet heeft hij te danken aan de vele technieken die hij van de pianist vraagt. Pizzicato’s, harmonieken, het dempen van de snaren creëren een unieke, mysterieuze sfeer die onmiskenbaar Crumb is. Niemand weet wat de nacht brengt. Schoonheid schuilt soms in de kleinste dingen.
3. Enescu: de nacht als meditatie
In het gekwelde eerste deel van zijn Eerste Pianosonate roept Enescu levensvragen op die nooit echt antwoord vinden. De neurotische sfeer van het tweede deel blijft hangen en lijkt nooit echt te bedaren. Het derde deel daarentegen is als een uitgestrekt Roemeens landschap bij nachtval, een muzikaal toevluchtsoord. Waar een andere componist wellicht zou afsluiten met een indrukwekkende finale, koos Enescu voor een andere aanpak: als er niets meer te zeggen valt, zegt stilte meer dan duizend noten.
